U bevindt zich hier: De Rozendans
Verder naar: Het repertoire
Algemeen:
Kontakt
Impressum
Tekst: traditioneel, muziek: G. Roelofs
Tekst uit het “Oudt Haerlems Liedt-boeck” van 1716.
De rozendans was een reidans, meestal in mei uitgevoerd, tegen zonsondergang, onder een met linten en bloemen versierde krans of kroon. Ze was onderdeel van een vruchtbaarheidsritueel. De oorspronkelijke melodie is niet bekend, maar Max Prick van Wely reconstrueerde die aan de hand van een Rosentanz uit de omgeving van Bonn.
De melodie van deze uitvoering is zelf gecomponeerd.
Versies van dit nummer zijn opgenomen door o.a. Wolverlei en Madlot. Beide versies hebben een andere melodie.
Nu wil ik er eens ommegaan, rozen aan mijn hoedeken.
Eens zien of ik ze vinden kan, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.
Ik zei schoon lief geef mij de hand, rozen aan mijn hoedeken.
En treedt met mij aan dezen dans, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.
Ik zei schoon lief we moeten knielen, rozen aan mijn hoedeken.
Ik hoop het zal ons wel gelieven, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.
Ik zei schoon lief wij moeten kussen, rozen aan mijn hoedeken.
Ik hoop het zal ons wel gelukken, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.
Ik zei schoon lief gij dient mij niet, rozen aan mijn hoedeken.
Al ben je wat zwart gij smet mij niet, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.
Ik zei schoon lief wij moeten scheiden, rozen aan mijn hoedeken.
Ik hoop het zal ons wel geleiden, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.
Silvie Moors: zang
Jenny van Diggelen: tin-whistle en zang
Gilles Rullmann: viool en zang
Guy Roelofs: bouzouki, keyboards en bodhran
Ben Faes: contrabas
Ruben van Boven: percussie